Tot morgen en daarna nog veel meer…

Ik word wakker, niet uit mijzelf. Het is pikkedonker, ver voorbij middernacht. Het doet er niet toe, tijd en plaats betekenen al lange tijd niet veel meer voor mij.

Nog voor ik mijn ogen open is het verlangen daar. Ik ben in den vreemde, zowel lichamelijk als geestelijk. Ik, ik moet bewegen maar kan het niet. Het vlees is zacht, verweerd, en de spieren zijn stram door ervaring. Ben ik dan echt oud nu, omdat mij benen niet luisteren? Schei toch uit.

Het is nacht en de nacht is het zwaarst, want dan mis ik je ademhalen, je geur, het geruis, de geladen ruimte die als in een driehoeksverhouding geduldig tussen onze warme lichamen en het deken bivakkeert.

Overdag is anders. Het zonlicht verbrandt het verlangen tot een grauwe laag as, die telkens weer verzandt in overpeinzing. Ik hoor mensen praten, mensen die ik niet ken. Mensen die ik niet wil kennen. Praten ze tegen mij, praten ze over mij? Het doet er niet toe. Waarom ben je er niet? Sterker nog, waarom weet ik niet waar je bent? En soms, soms hoor ik mensen praten die ik wel ken, heel in de verte en dan opeens heel dichtbij. En dan, dan ben ik heel kort even blij dat zij er zijn. Maar jij, waar was jij? As stuift op en verblindt mijn gezond verstand.

Ik ben wakker, niet uit mijzelf. Het is pikkedonker en rechts van mij staat een schaduw, onbekend en onbemind. Waar ben jij? Juist nu, hier in de duisternis. Mijn blik is wazig maar helder, en ik weet dat ik je mis. Ik mis je en ik hou zo veel van je. Ik ben op zoek naar je hand, tevergeefs. Je bent er niet. Ik val weer in slaap en droom kwade dromen, totdat de zon het verlangen in de ochtend weer vergruist.

Liefste, ik mis je tot morgen en daarna nog veel meer.

Eén antwoord op “Tot morgen en daarna nog veel meer…”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *